Bert (71) droomt al tien jaar van tiny house zoals dat van Marcel (60), maar gemeenten werken nog niet echt mee: ‘Oplossing voor woningnood’
De Limburger 25-10-2025
Bas Nollé

Schimmert/VenloTiny houses zijn een van de opties in de strijd tegen de woningnood. Toch zijn veel gemeenten in Limburg nog huiverig. Marcel van Kasteren (60) laat in Schimmert zien wat er kan ontstaan als de gemeente een groep bewoners het vertrouwen geeft.
Iedere ochtend als Marcel van Kasteren (60) in zijn tiny house ontwaakt, prikkelt de geur van vers gekapte sparren zijn zintuigen. Het blanke, onbehandelde hout waaruit zijn woning is opgetrokken, ademt nog altijd de aroma’s van het Zwarte Woud in Duitsland, de plek waar de bomen ooit stonden. De muren en vloeren, elke balk, plank en zelfs schroef is van hout. En dat ruik je. „Je wordt wakker in een bos”, zegt Marcel.
Hij wrijft met zijn hand over kleine rondjes in de muur van de slaapkamer. Daar zitten de schroeven. Zelfs die zijn gemaakt van hout. Van beukenhout, want de beuk is sterker dan de spar, dus het houdt de boel bij elkaar. Er komt geen lijm, metaal of andere chemische toevoeging aan de constructie te pas.

© Bas Quaedvlieg
Behalve het tiny house van Marcel staan er op dit terrein aan de rand van Schimmert nog zeven. Drie zijn er nog in aanbouw. Al die huisjes voldoen aan de hoogste duurzaamheidsnormen. Het woonoppervlak is maximaal 50 vierkante meter. Straks is het de bedoeling dat de bewoners het aanpalende voedselbos gezamenlijk beheren. De nu nog drassige zandpaden komen vol te liggen met Kunradersteen. Vanaf dat moment zijn auto’s niet meer toegestaan op het terrein. Als het centrale gebouw dan ook nog staat, is de gemeenschap genaamd Op de Bees volmaakt.
Hoopt vult het hart van Bert Hoekstra (71), telkens als hij hier rondloopt. Toch gaat de zin bij hem ook geregeld over. Hij is als kartrekker van Tiny Villages Venlo al bijna tien jaar bezig om een soortgelijk project van de grond te krijgen. „Meer in de natuur, met oog voor duurzaamheid, een stukje ontspullen”, somt hij de voordelen van tiny wonen op. „Dat spreekt me aan. Wonen met de gemeenschap centraal.”
Stroperig
Bert is sinds 2016 met de gemeente Venlo in gesprek over een tiny house project. Vooralsnog zonder succes. Vorig jaar riep de gemeenteraad het college van B en W met een motie op om jaarlijks twee locaties aan te bieden, waar innovatieve woonvormen ontwikkeld kunnen worden. Het heeft Bert nog niets opgeleverd. „Ik kan je zo vijf voorbeelden opnoemen waar mensen in Venlo plannen hebben, maar waar de gemeente geen medewerking verleent”, zegt de 71-jarige.

Een woordvoerder van wethouder Tom Verhaegh erkent dat het proces met Tiny Villages Venlo stroef verloopt. „We zijn enthousiast over tiny houses, maar zien ook dat dit soort processen veel haken en ogen hebben. Zo zijn er wel initiatieven, maar veelal zonder grond, en krijgen initiatiefnemers met complexe processen te maken.”
Daarom nam de gemeente onlangs een adviesbureau in de arm, dat het proces op gang moet brengen en moet versnellen. Er zijn meer plekken waar het nog niet zo vlot. In Weert wilde de gemeente wel meewerken aan Ecodorp Hof van Weleert, maar zette de provincie een jaar geleden een streep door het plan omdat die geen woningbouw toestaat op de beoogde plek in het buitengebied. Een woordvoerder van gedeputeerde Michael Theuns laat nu weten die regels, vastgelegd in de Omgevingsvisie, tegen het licht te houden. Mogelijk komt daarin meer ruimte voor natuurinclusieve woningbouwontwikkelingen in het buitengebied.
Toevoeging
In Venray stuit Martin Verstegen eveneens op bezwaren. Hij probeert al jarenlang een tiny house voor zichzelf te realiseren en heeft zelfs overeenstemming met een grondeigenaar. De gemeente wijst zijn plan af, omdat zij het realiseren van één tiny house niet als bijzondere woonvorm beschouwt, maar enkel als toevoeging van één woning in het buitengebied.

Het gemeentebestuur van Venray stelde zich bij het aantreden in 2022 tot doel om voor 2026 vijf tiny-houseprojecten toe te staan. Daarvan is er nog geen enkele tot uitvoering gekomen. „Hier liggen verschillende redenen aan ten grondslag die de haalbaarheid van deze plannen onder druk zetten, zoals de tijdelijkheid van de pilotduur (maximaal tien jaar), financiële haalbaarheid en ruimtelijke vraagstukken zoals spuitzonering. Hierdoor is realisatie van tiny-house-initiatieven erg complex gebleken”, zegt een woordvoerder.
Er zijn ook plekken waar het wél lukt. In de hele provincie zijn nu vijf tiny-houseprojecten. Dat blijkt uit overzichten van pionier Marjolein Jonker en TinyFindy, een platform voor vraag en aanbod van tiny houses. Twee van de vijf Limburgse projecten liggen in Peel en Maas. In Roermond staan op Area M zeven tiny houses in de sociale huur en in Kerkrade is een project met vijf woningen. In vergelijking met andere provincies doet Limburg het niet bijster goed. Alleen in Utrecht zijn minder projecten afgerond of in aanbouw.

Dat Op de Bees in Schimmert van de grond is gekomen, is volgens voorzitter Marcel mede te danken aan een bereidwillige gemeente Beekdaelen. „De gemeente stelde zo’n vier, vijf jaar geleden de vraag wie er graag tiny wilde wonen”, zegt Marcel. „Daar kwamen 150 reacties op.”
Marcel kan het iedereen aanraden kleiner te wonen. Ja, ook hij moest flink inleveren, ontspullen en goed nadenken over het ontwerp van de woning. Hij zocht met 50 vierkante meter woonoppervlak en 6 meter hoogte de grenzen op van wat nog tiny mag heten. Hij verstopte opberglades in de traptreden. Hij opent er een paar en toont de inhoud. Gereedschap, kruiden, sportschoenen en etenswaren komen tevoorschijn. Van de tweede verdieping, met een tv-kamer en een nog in te richten werkkamer, maakte hij een soort vide. Doordat die niet tegen de volledig glazen voorgevel ligt, komt het licht overal optimaal binnen.
Bert ziet zichzelf in zijn dromen ook zo tevreden in zijn eigen tiny house wonen. „Dit is inderdaad een ideaalbeeld, maar dan vooral hoe de gemeente er hier tegenaan kijkt.” Marcel heeft gemerkt dat het daar inderdaad mee valt of staat. „Het wachten is op gemeenten die zeggen: we gaan het doen. Neem het heft in eigen handen en geef een groep bewoners het vertrouwen. Ik denk echt dat dit een oplossing voor de woningnood kan zijn.”
